Kiespijn

kiespijnZe had kiespijn en de afgelopen nacht slecht geslapen.Nu was het ochtend en ze huilde. Haar moeder had een boterham klaargemaakt en een glas melk voor het ontbijt. Het eten deed pijn en ook de koude melk als ze een slokje nam. Zo zat ze nu aan de keukentafel, de andere kinderen waren naar school. Haar vader was in de winkel aan het werk. Zij ging vanmorgen niet naar school omdat ze kiespijn had. Mama had gezegd dat ze naar de tandarts zouden gaan, daar was ze nog nooit geweest. Hij woonde aan het pleintje dat wist ze wel, zo liepen ze ook naar school. Het was een hoekhuis met een tuin eromheen. Om de tuin stond een ijzeren hek. Het raadhuisplein, daar was ook het gemeentehuis waar ze met de Koninginnedag altijd zongen met de schoolklas. Daarna kregen de kinderen een zak snoep. Koninginnedag vond ze een leuke vrolijke dag Overal de vlaggen in de straat en de lampionnenoptocht avonds, samen met mama en haar jongste broer.

Ook verkleed dat was leuk, ze was de laatste keer verkleed als een Indisch vrouwtje en droeg toen een Sarong. Die had ze gekregen van een vriendin van haar moeder. Dat was een Indische mevrouw die altijd gekruide koekjes bracht, die bakte die mevrouw zelf: Indische koekjes.

Haar broer was verkleed als Dores, met een snor, een hoed en een jas met allemaal gaten erin. Die Indische mevrouw was een lieve kleine vrouw. Ze sprak een beetje raar en niet zo goed te verstaan, als ze haar naam noemde maakte ze een andere s en r.

Zo van: sarra maissje. Die mevrouw had kleine kindjes, donkere kindjes en samen met mama had ze de rotanwieg daar heen gebracht, vol met babykleertjes. Die wieg stond op wielen en kon dus rijden. Zij had ook in die wieg gelegen had mama verteld. Zo zat ze wat te dromen met haar handje op haar zere wang, echt kiespijn had ze nu.

Mama zei’’ kom we gaan’’ en daar liepen ze samen op weg naar de tandarts, ze was bang. De wachtkamer was leeg, het was ook stil in het tandartshuis. De tandarts was een aardige man en hij vroeg ‘’ doe je mondje maar even open dan kan ik kijken waar je pijn hebt ‘‘ Dat deed ze niet, ze hield haar lippen stijf op elkaar. Hij vroeg het nog een keer of ze haar mond open wilde doen, maar ze deed het niet. De tandarts keek naar mama en zei: ‘’ja dat gaat zo niet’’ Als ze het echt wil en begrijpt kom dan morgen maar terug. Op de terugweg huilde ze vreselijk hard, met haar mond wagenwijd open. De mensen op straat keken naar haar. Mama zei niet veel, ze was niet boos en de zon scheen, het was wel een beetje gezellig zo samen met mama: jammer van de kiespijn. De volgende dag gingen ze weer samen naar de tandarts. Mama had het haar heel goed uitgelegd: dat het kiesje eruit getrokken zou worden en dat ze nu echt haar mond open moest doen. Ze kreeg een verdovingsprikje en het kiesje werd getrokken. Ze was zes jaar.