Op een bankje aan zee.

vrouw op bank aan zeeDaar zat ze, het was toch nog wel pittig geweest om voor het eerst alleen een stuk te lopen. Ze was overgestoken vanuit het zorghotel en zag het bankje met uitzicht op zee aan de boulevard. Daar wilde ze zitten, dat is mijn bankje had ze gedacht, mijn rustpunt voor mijn wandeling elke dag.
Ze liep met een looprekje dat was wel wennen, stap voor stap en goed opletten! Wie had dit gedacht, jaren lang er tegenop gezien en nu eindelijk zat ze hier. Het was voorjaar er stond een frisse wind, ze had een dikke jas aan, de zon scheen en gaf al wat warmte. Het was half mei, goed gepland, dat heb je goed gedaan sprak ze tegen zichzelf, maar je hebt wel erg lang gewacht, dat was minder goed.
De meeuwen maakten cirkels boven de zee, in de verte zag ze een boot en wat zee surfers. Ze snoof de zeelucht op en haalde diep adem. oh wat heerlijk. Zat ze nu zomaar te ontspannen? Het was niet eens tegengevallen, de ziekenhuisopname was kort geweest, drie dagen en daarna met haar vriendin naar het zorghotel gereden. Eigenlijk was het heel goed gegaan. Ze had alles strak gepland, wilde het overzicht en de controle vasthouden, dat deed ze altijd. Daarom  had ze  ook zo lang gewacht met de operatie en de ziekenhuis opname. In het zorghotel had ze een eigen kamer met uitzicht op de zee. De revalidatie nam veel tijd, een dagprogramma: oefenen en nog eens oefenen, weer stabiel worden om goed te kunnen lopen. Er waren mede revalidanten en leuke kontakten. Lotgenoten waarmee ze gesprekken had tijdens het diner met een glas wijn.
De laatste tijd voor de operatie was het lopen steeds lastiger gegaan, ze kon de trap niet meer op en af. Ook het trottoir werd een probleem, ze liep tegen haar  grenzen aan. Grenzen van het afhankelijk zijn, grenzen van de pijn en ongemak, grenzen van het twijfelen.rollater
Ineens had ze de knoop doorgehakt en gevraagd aan de specialist: “Wanneer kunt u mij helpen?” Ze was  al lang aan de beurt, maar ze bleef steeds maar uitstellen, uit angst voor het onbekende  en het afhankelijk zijn.
Altijd gezond geweest maar nu echt slijtageklachten. Een  klaagster was ze niet maar een draagster, altijd geweest een draagster, op haar kon je rekenen! Maar wie draagt de draagster? Ze  kon zichzelf nu niet meer dragen. Ze hoorde een stem haar naam roepen. Oh wat leuk daar kwam haar vriendin, gezellig! Wat fijn dat ze er was, die lieve vriendin met haar vrolijke lach. De vriendin was trouw en ze kon op haar rekenen, op haar steunen en ook een beetje leunen. Dat kon de vriendin wel aan had ze gemerkt.
Voorzichtig deed ze dat nu, een beetje leunen  op een ander mens. Dat was nieuw, net zo nieuw als haar knie. Het ging voorzichtig, dat leunen op andere mensen  en op haar looprek natuurlijk, dacht ze. Ze was onafhankelijk en selfsupporting geweest haar hele leven al. Ze riep terug: ”Jaahhhh, ik zit hier op het bankje kom je erbij zitten?” Het is heerlijk in de zon en dat bankje hebben ze vast voor ons hier neergezet, voor ons samen! Dit wordt ons plekje en het wordt ons bankje.
Zo liet ze zich nu wat dragen door de vriendin en door het bankje.vrouwen op bank aan zee