Het meisje en de tandarts

tandartsHet was de zomer van 1967. Ze fietste hard. De wind en de zon op haar benen.  Haar knieën waren lekker bruin.  De wind waaide haar rok omhoog. Heerlijk….. Het was ook warm en ze wilde nu opschieten. Ze vond het leuk dat haar knieën bruin waren.   “Best leuke knieën” vond ze. Ze had haast . Ze was nu 15 jaar, en was gelukkig. Eindelijk werd ze wat groter. Haar moeder en vader zeiden, dat ze een mooi meisje werd.  Ze hield erg veel van haar vader en moeder. Met haar moeder botste het wel eens. Maar ze was haar vaders sterretje, zijn sterrenkind. Ze kon goed met haar vader praten.  Hij zei dat ze wel echt haar school af moest maken.  Dat was beter voor later, voor haar zelfstandigheid. Ze had hem beloofd haar school af te maken en daarna wilde ze naar de tuindersschool. Ze wilde tuinder worden of etaleur. Dat wist ze nog niet precies. En ze was altijd verliefd. Ze hield niet zo van school, maar schreef wel graag gedichten. Ook onder schooltijd tijdens de lessen op kleine briefjes. Nederlands en geschiedenis vond ze leuke vakken, dan verveelde ze zich niet zo. En ze keek veel naar buiten. Ze verveelde zich snel . Haar moeder vond haar een dromer . Dat zei ze altijd lief. Links en rechts van haar waren de tuinderijen. Ook van oom Piet van der Ven, van het versje “ het tuinpad van mijn vader”.  Dat vond ze zo  mooi dat versje. Ze fietste nu op de Krommeweg.  “Rare naam voor een weg!” Maar de weg slingerde wat en met al de bochten erin .  “Vandaar natuurlijk Krommeweg “dacht ze tijdens het fietsen. Al die gedachten altijd, ze had altijd veel gedachten, lastig soms.

Maar nu had ze haast, ze mocht niet te laat komen, en het zou ook wel druk zijn. “Doorfietsen”  zei ze tegen zichzelf Ze was nerveus. Bij de schooltandarts had ze altijd gaatjes gehad in haar gebit. ”Vreselijk!“ Voor de school stond dan een witte grote bus, de tandartsbus  van tandarts De Lange “Die had wel een leuke zoon” wist ze. En onder die bus lag dan altijd een plas water. Van de tandartsboor en het  water om je mond te spoelen tussen het boren door.  “Smerig om dat te zien” vond ze. Deed ook wel pijn dat boren, zonder verdoving.  Dat vond hij niet nodig, had de tandarts  haar uitgelegd. Hij was kaal, tandarts De Lange.  Hij zei nooit zo veel. Beetje rare man. Wel aardig, dat ook wel weer. Maar hij verdoofde niet, dat begreep ze niet!   “Doorfietsen” zei ze tegen zichzelf. “Kom. Je bent er bijna, en dan ben je zo weer klaar!” Die zenuwen, in haar buik, zo vervelend. Ze sloeg linksaf, nog vijf minuten.  Ze was er bijna! Voor de praktijk stonden veel fietsen. Het was erg druk! Ze meldde zich binnen bij de assistente. Die zei “je hoort straks je naam, wel opletten hoor!”

Buiten op de stoep ging ze zitten, benen in de zon. Ze begon te bidden. Dat deed ze wel meer als ze bang was. Het hielp ook wel wat, even ergens anders aan denken “Lieve God, wilt u me even helpen en op me letten, dat ik niet zo veel gaatjes heb want dat vind ik zo erg, dat boren doet altijd zo pijn en de tandarts vind ik een nare man. Dank u wel . Amen” De vorige keer bij de tandarts was heel vervelend geweest. Ze had niet stil kunnen zitten en toen had hij in haar tong geboord en heel hard gezegd “verdomme je moet wel stil zitten natuurlijk!! “ Ze hoorde haar naam.  “Kroos is aan de beurt.” De tandarts wees met zijn hand naar de stoel. “Zo meisje, ga maar zitten. Eerst even kijken. Nou valt wel mee hoor. 2 gaatjes!” “Direct maar even vullen! Goed je mond open doen en stil zitten nu. Je bent een draaikontje. Dat weet ik nog van de vorige keer!” Ze zag dat hij grote handen had, met allemaal zwarte haartjes erop. Ze deed haar ogen dicht en kneep in haar handen. Daar kwam de boor! “Stilzitten! Stilzitten!“ zei ze steeds tegen zichzelf. Hij werkte altijd heel vlug deze tandarts. Oude vulling eruit, beetje schoonspuiten (deed ook pijn) en nieuwe vulling erin. Tien minuten ongeveer voor een gaatje. Van Lent was zijn naam, ze dacht  Van “Lent, rotvent. Van Lent, rotvent!!” Dat hielp wel. Hij verdoofde ook niet. Ze had het wel gevraagd, maar hij had gezegd,” gewoon flink zijn, het is zo klaar.” “Van Lent, rotvent!”

“Klaar, meisje!” zei de tandarts. ”Tot de volgende keer” “Dag tandarts” en ze was al buiten.

Hup op de fiets en snel naar school! Op de terugweg dankte ze God, dat ze toch maar weer mooi geweest was en beloofde ze haar tanden beter te poetsen “Nederlands” dat vond ze wel leuk. En het was zomer. Ook dat vond ze heerlijk. Ze was gelukkig zo.

 

December 2013